Nummer 6: 1 mei tot en met 30 juni 2015

Nummer 25: 1 augustus 2018 tot en met 31 oktober 2018

Nieuwsbrief Fiscale Advocatuur | november 2018

Tax in the City

 

 

Vier maal per jaar verzorgen wij in ons monumentale tuinhuis aan de Keizersgracht praktijkgerichte seminars over actualiteiten in de fiscale advocatuur. De winter-editie van 13 december 2018 staat alweer voor de deur. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In deze winter-editie bespreken wij de Wwft. Per 25 juli 2018 is de Wwft aangescherpt. Met ingang van die datum is de implementatiewet Vierde anti-witwasrichtlijn in werking getreden. Ondertussen heeft ook de Vijfde anti-witwasrichtlijn het levenslicht gezien en heeft het BFT nieuw beleid uitgebracht voor accountants en belastingadviseurs. De ontwikkelingen op het gebied van anti-witwasregeling volgen elkaar in indrukwekkend tempo op. Actuele kennis van de Wwft-regels wordt steeds belangrijker. De juridische dienstlener kan zich immers verheugen op een toenemende belangstelling van toezichthouders. In deze cursus bespreken wij daarom de gewijzigde Wwft-verplichtingen en gaan wij hierbij specifiek in op de fiscale informatieverplichtingen. Hoe verhouden die verplichtingen zich tot elkaar en welke (compliance) maatregelen dient de adviseur in acht te nemen. De nadruk ligt op het geven van concrete handvatten voor accountants en belastingadviseurs ter voorkoming van ‘ongelukken’.Overigens voldoet de cursus aan het PE-reglement van de NOB en RB. Na afloop ontvangt u een bewijs van deelname. Aan de cursus zijn geen kosten verbonden. Aanmelden kan via deze link

KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Tax in the City Winterwonderland Session

Wetgeving en beleid

 

 

Soepel handhavingsbeleid met betrekking tot nieuwe verplichtingen Wwft.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Per 25 juli 2018 is de Wwft aangescherpt. De belangrijkste onderdelen van de gewijzigde Wwft zijn dat kantoren verplicht zijn een beoordeling op risico’s op witwassen op te stellen, er geen onderscheid meer is tussen binnenlandse en buitenlandse politiek prominente personen, het begrip UBO is uitgebreid en de vrijstelling voor eenvoudige belastingaangifte en erfbelasting is komen te vervallen. Ten aanzien van de naleving van deze nieuwe bepalingen hebben de toezichthouders aangekondigd dat zij tot 1 januari 2019 een soepel handhavingsbeleid zullen betrachten, zodat kantoren de ruimte krijgen om hun compliance aan te passen aan de nieuwe regelgeving (bericht BFT 21 september 2018).   

Fiscaal procesrecht

 

Een verzoek tot overlegging van een bepaald op de zaak betrekking hebbend stuk kan niet worden afgewezen op de enkele grond dat de rechter het geschilpunt waarop dat stuk betrekking heeft ten nadele van de belanghebbende kan beslechten op basis van ander bewijsmateriaal. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De omstandigheid dat de rechter een bewijsoordeel ten nadele van de belanghebbende kan vellen zonder kennis te nemen van een bepaald bewijsmiddel, sluit immers niet uit dat dit oordeel anders zou kunnen uitvallen na kennisneming van dit bewijsmiddel. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de omstandigheid dat een belanghebbende reeds zelf beschikt over een bepaald stuk niet met zich mee brengt dat de inspecteur is ontslagen van de verplichting om een afschrift van dat stuk over te leggen. Wel kan die omstandigheid van belang zijn bij de beantwoording van de vraag welke gevolgtrekking de rechter maakt indien de inspecteur dat stuk niet overlegt (HR 17 augustus 2018, ECLI:NL:HR:2018:1371 en HR 17 augustus 2018, ECLI:NL:HR:2018:1319).    

Als een partij de rechter verzoekt getuigen op te roepen, dan mag van die partij worden verwacht dat zij voldoende concreet vermeldt op welke van haar stellingen het getuigenbewijs betrekking heeft.  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Volgens de Hoge Raad brengt de in dit verband geldende rechtspraak van het EHRM niet met zich mee dat een rechter gehouden is tegemoet te komen aan een getuigenverzoek als een dergelijke specificatie ontbreekt (HR 5 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1850).

De inspecteur en belastingrechter mogen niet voorbij gaan aan een A1-verklaring zolang deze verklaring niet is ingetrokken of ongeldig verklaard. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit betekent dat de inspecteur en belastingrechter in overeenstemming met de A1-verklaring dienen te beslissen in het kader van de premieheffing, ook als de A1-verklaring nog niet onherroepelijk vaststaat. Wel kan de omstandigheid dat een rechtsmiddel tegen de A1-verklaring is aangewend de belastingrechter aanleiding geven om de zaak aan te houden totdat die verklaring onherroepelijk vaststaat (HR 5 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1725).

Een belanghebbende kan ook impliciet kenbaar maken dat hij langs elektronische weg bereikbaar is.

 

 

Als de gemachtigde van een belanghebbende met enige regelmaat via e-mail met de Belastingdienst correspondeert, dan mag de inspecteur aannemen dat de belanghebbende kenbaar heeft gemaakt dat hij langs deze weg voldoende bereikbaar is. Dit betekent dat de inspecteur in een dergelijk geval een besluit elektronisch bekend kan maken (HR 19 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1967). 

Invorderingsrecht

 

Nieuwe invorderingsmaatregelen voorgesteld ter bestrijding van verhaalsconstructies. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De bedoeling is dat met deze nieuwe invorderingsmaatregelen de verschuldigde belasting efficiënter en vaker geïnd zal kunnen worden. Zo wordt allereerst de beperking van aansprakelijkheid van erfgenamen voor bepaalde belastingschulden van de erflater ingeperkt. Voorts wordt een nieuwe aansprakelijkheid geïntroduceerd voor begunstigden van een schenking of uitdeling uit het vermogen van de belastingschuldige waardoor de Belastingdienst is benadeeld in zijn verhaalsmogelijkheden. Die aansprakelijkheid zal beperkt zijn tot het ontvangen bedrag. Als de begunstigde aantoont dat hij niet wist of behoorde te weten van de verhaalsbenadeling, is van aansprakelijkheid geen sprake. Ook de verplichting tot heropening van de vereffening van een geliquideerde rechtspersoon teneinde een belastingaanslag bekend te kunnen maken alvorens tot aansprakelijkstelling over te kunnen gaan komt te vervallen. Om onnodige vertraging of verhindering te voorkomen kan volstaan worden met een openbare aankondiging van de belastingaanslag waarna zonder heropening van de vereffening tot aansprakelijkstelling kan worden overgegaan. Ten slotte zal de informatieplicht ten behoeve van de invordering uitgebreid worden naar potentieel aansprakelijken (Belastingplan 2019). 

KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Hoeveel bevoegdheden heb je echt nodig voor inning?

De vordering van de Belastingdienst kan niet als steunvordering dienen bij de faillissementsaanvraag van een ander bestuursorgaan van de Staat.  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In een dergelijk geval is niet voldaan aan het pluraliteitsvereiste, omdat de ontvanger van de Belastingdienst niet als een van de Staat te onderscheiden schuldeiser kan worden beschouwd (HR 26 oktober 2018, ECLI:Nl:HR:2018:1988).

Fiscaal strafrecht

 

Ook belastingschulden kunnen in voorkomend geval een matigende rol spelen bij de beoordeling van de hoogte van een opgelegde boete. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De draagkracht van een beboete kan als een strafverminderende omstandigheid in aanmerking worden genomen. De Hoge Raad oordeelt dat belastingschulden in dat kader niet buiten beschouwing mogen worden gelaten (HR 12 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1895). 

KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Nieuwsbrief Fiscale Advocatuur
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Nieuwsbrief Fiscale Advocatuur
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Nieuwsbrief Fiscale Advocatuur
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Contact
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Contact
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Contact