Nieuwsbrief Fiscale Advocatuur | oktober 2020

Nummer 36: 1 juli 2020 tot en met 7 oktober 2020

Wetgeving en beleid

 

 

UBO-register per 27 september 2020 van kracht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Met ingang van 27 september jl. is het UBO-register in werking getreden en zijn Nederlandse vennootschappen en andere juridische entiteiten verplicht informatie met betrekking tot hun UBO in te schrijven in het UBO-register. Bestaande entiteiten moeten deze informatie uiterlijk voor 27 maart 2022 opgeven. Bij nieuwe entiteiten is opgave van de UBO een voorwaarde voor verstrekking van een KvK-nummer (Wet van 24 juni 2020, Staatsblad 2020, 231).

 

 

Belastingadviseurs hebben over 2019 in totaal 284 ongebruikelijke transacties gemeld op grond van de Wwft.

 

 

 

 

 

 

Dit blijkt het jaarverslag 2019 dat FIU-Nederland recentelijk heeft gepubliceerd. In 2018 melden belastingadviseurs nog 298 ongebruikelijke transacties. Van de 284 gemelde ongebruikelijke transacties zijn uiteindelijk 61 transacties als verdacht aangemerkt door toezichthoudende instanties (Jaaroverzicht FIU-Nederland 3 juli 2020).

Wetsvoorstel ter inperking wettelijk fiscaal verschoningsrecht in consultatie gegaan.

 

Op 23 juli 2020 is het ‘Wetsvoorstel aanpassing wettelijk fiscaal verschoningsrecht’ in internetconsultatie gegaan. Met het wetsvoorstel wil het kabinet het verschoningsrecht van advocaten en notarissen aanpassen. Belastingplichtigen kunnen zich hierdoor niet langer verschuilen achter de vertrouwensrelatie met deze beroepsgroepen als de fiscus om informatie vraagt, aldus het kabinet. De consultatieperiode loopt tot en met 23 oktober 2020 (Wetsvoorstel aanpassing wettelijk fiscaal verschoningsrecht 23 juli 2020).

Bijzonder uitstel van betaling eindigt op 1 januari 2021.

Tot 1 oktober jl. bestond de mogelijkheid bijzonder uitstel van betaling aan te vragen in verband met de coronacrisis. Op eerste verzoek werd uitstel van betaling verleend voor drie maanden. Op 1 januari 2021 eindigt dit bijzondere uitstel en moet er worden gestart met het aflossen van de hierdoor opgebouwde belastingschuld in maximaal 24 gelijke maandelijkse termijnen. Dit betekent dat ondernemers weer tijdig hun belasting moeten gaan betalen over de tijdvakken van het vierde kwartaal 2020 en van december 2020 (Nieuwsbericht Rijksoverheid 28 augustus 2020).

Ministerraad stemt in met wetsvoorstel plan van aanpak witwassen.

Onderdeel van dit wetsvoorstel is dat contante betalingen vanaf € 3.000 aan beroeps- of bedrijfsmatige handelaren verboden worden. Het wetsvoorstel wordt nu voor advies aan de Raad van State toegezonden, waarna het bij de Tweede Kamer wordt ingediend (Nieuwsbericht Rijksoverheid 25 september 2020).

Fiscaal procesrecht

 

 

Het niet beantwoorden van vragen van de inspecteur kan in voorkomend geval een nieuw feit opleveren dat navordering rechtvaardigt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als een vermoeden bestaat dat de aangifte van een belastingplichtige onjuist is, dan kan het niet beantwoorden van vragen van de inspecteur door de belastingplichtige dit vermoeden bevestigen, hetgeen volgens de Hoge Raad een navorderingsbevoegdheid oplevert (HR 3 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1180)

 

Inspecteur niet snel gehouden de inhoud van de aangifte aan een nader onderzoek te onderwerpen.

 

 

 

 

 

 

De inspecteur mag bij het vaststellen van een aanslag inkomstenbelasting uitgaan van de juistheid van de gegevens die de belastingplichtige bij zijn aangifte heeft verstrekt. Tot een nader onderzoek is hij in beginsel niet gehouden. Wel is de inspecteur tot een nader onderzoek gehouden indien hij aan de juistheid van de aangifte behoort te twijfelen. Voor twijfel bestaat echter geen aanleiding als de niet onwaarschijnlijke mogelijkheid bestaat dat de in de aangifte opgenomen gegevens juist zijn. In dat verband benadrukt de Hoge Raad dat de inspecteur in beginsel niet gehouden is het fiscale dossier van de partner van de belastingplichtige te raadplegen. Een en ander brengt met zich mee dat de inspecteur niet snel een ambtelijk verzuim begaat en er al snel sprake is van een nieuw feit (HR 11 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1411).

Invorderingsrecht

Dwanginvorderingskosten kunnen volgens de Hoge Raad ook in een geval van versnelde invordering in rekening worden gebracht.

 

Als de ontvanger van mening is dat er sprake is van een geval van versnelde invordering, dan kan een dwangbevel zonder aanmaning en betalingstermijn worden uitgevaardigd. Hierbij worden dwangbevelkosten in rekening gebracht die afhankelijk zijn van de hoogte van de aanslag. De Hoge Raad oordeelt in dat verband dat het in rekening brengen van dwangbevelkosten voordat de belastingschuldige in gebreke is met betaling is toegestaan, mits de belastingschuldige bij de uitvaardiging van het dwangbevel een betalingstermijn van twee dagen wordt gegund om alsnog aan die kosten te kunnen ontkomen. Dit betekent dat de belastingschuldige slechts twee dagen heeft om een terstond invorderbare aanslag te betalen voordat de dwangbevelkosten definitief in rekening worden gebracht (HR 17 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1277).

 

Fiscaal strafrecht

Belastingadviseur kan niet worden aangemerkt als ‘degene die opzettelijk een bij de belastingwet voorziet aangifte onjuist doet’.

Dit betekent dat als pleger van het onjuist of onvolledig doen van een bij de belastingwet voorziene aangifte slechts kan worden aangemerkt degene die tot het doen van de aangifte verplicht is: de belastingplichtige. In zoverre kan de belastingadviseur ‘slechts’ via de deelnemingsvormen medeplegen en medeplichtigheid strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld voor het opzettelijk onjuist indienen van een aangifte (HR 15 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1372).

KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Nieuwsbrief Fiscale Advocatuur
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Nieuwsbrief Fiscale Advocatuur
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Nieuwsbrief Fiscale Advocatuur
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Contact
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Contact
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Contact