Nieuwsbrief Fiscale Advocatuur | november 2019

Nummer 31: 1 september 2019 tot en met 10 november 2019

Wetgeving en beleid

 

 

De bestuursrechter kan binnenkort mogelijk een hogere proceskostenvergoeding aan burgers toekennen bij kennelijk onredelijk handelen van een bestuursorgaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit blijk uit een consultatievoorstel tot wijziging van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het gaat om gedragingen van bestuursorganen die onnodige procedures veroorzaken of al lopende procedures nodeloos verlengen. In dit soort gevallen kan de belanghebbende een hogere proceskostenvergoeding krijgen indien hij gelijk krijgt bij de bestuursrechter (Wijziging Besluit proceskosten bestuursrecht 26 september 2019). 

Objectieve indicator hoogrisicolanden is per 18 oktober 2019 komen te vervallen. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit betekent dat transacties van of ten behoeve van (rechts)personen die gevestigd of woonachtig zijn in een hoogrisicoland niet langer automatisch als ongebruikelijk moeten worden gemeld. Het schrappen van deze objectieve indicator betekent overigens niet dat Wwft-instellingen nimmer transacties hoeven te melden die verband houden met hoogrisicolanden. Op basis van de subjectieve indicator dient immers elke transactie te worden gemeld die aanleiding geeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen of financieren van terrorisme (Besluit tot wijziging Uitvoeringsbesluit Wwft 2019 9 september 2019).

Fiscaal procesrecht

 

Als een werknemer in een fiscale procedure rechtsbijstand aan zijn werkgever verleent, is er geen sprake van kosten in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In een dergelijk geval bestaat er dus geen recht op een proceskostenvergoeding. Dit is niet anders als die werknemer advocaat is (HR 13 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1319).

De enkele schriftelijke kennisgeving van een vermindering van een belastingaanslag en/of boete is geen uitspraak op bezwaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Volgens de Hoge Raad moet een uitspraak op bezwaar duidelijk maken dat de inspecteur op het bezwaarschrift heeft beslist en dat daardoor een einde is gekomen aan de bezwaarfase (HR 11 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1574).

De hoorplicht in bezwaar geldt niet ten aanzien van nevenvorderingen.

 

Volgens de Hoge Raad is de inspecteur alleen verplicht de indiener van een bezwaarschrift te horen als hij voornemens is het bezwaar tegen de belastingaanslag of beschikking niet volledig te honoreren. De inspecteur hoeft dus niet te horen als de belastingaanslag bij uitspraak op bezwaar wordt vernietigd, maar hij niet volledig tegemoet komt aan een verzoek om een proceskostenvergoeding of immateriële schadevergoeding (HR 25 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1619).  

Een inspecteur mag een te laat ingediend bezwaar niet niet-ontvankelijk verklaren voordat de inspecteur de belanghebbende in de gelegenheid heeft gesteld zich uit te laten over de eventuele verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding.

 

Die hoorplicht geldt ook als het bezwaarschrift door een professioneel gemachtigde is ingediend (HR 18 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1595).

Invorderingsrecht

 

De ontvanger mag geen invorderingsrente in rekening brengen als hij niet aannemelijk kan maken dat de belastingaanslag door de belastingschuldige is ontvangen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit is alleen anders als het niet ontvangen van de belastingaanslag het gevolg is van aan de belastingschuldige toe te rekenen omstandigheden, zoals het niet tijdig doorgeven van een verhuizing (HR 11 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1439). 

 

 

Fiscaal strafrecht 

 

Volgens A-G Niessen kan een stellingname over een feitelijke kwestie geen pleitbaar standpunt opleveren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een pleitbaar standpunt kan alleen betrekking hebben op de interpretatie van het (belasting)recht, waaronder mede begrepen de kwalificatie van de feiten in het licht van dat recht, aldus de A-G. De aanwezigheid van een pleitbaar standpunt heeft niet alleen tot gevolg dat geen boete kan worden opgelegd, maar ook dat de sanctie van omkering en verzwaring van de bewijslast niet kan worden toegepast (Conclusie A-G Niessen 20 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:859).  

Bij de uitleg van het Unierecht moet de rechter een beroep op een pleitbaar standpunt zelfstandig onderzoeken.

De belanghebbende behoeft een beroep op een pleitbaar standpunt in zoverre niet van een (uitgebreide) motivering te voorzien (HR 11 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1579).

KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Nieuwsbrief Fiscale Advocatuur
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Nieuwsbrief Fiscale Advocatuur
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Nieuwsbrief Fiscale Advocatuur
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Contact
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Contact
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Contact