Nummer 6: 1 mei tot en met 30 juni 2015

Nummer 29: 1 mei 2019 tot en met 30 juni 2019

Nieuwsbrief Fiscale Advocatuur | juli 2019

Wetgeving en beleid

 

 

Nieuwe invorderingsmaatregel tegen verhaalsconstructies aangevuld.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op 1 januari 2019 heeft artikel 33a van de Invorderingswet het levenslicht gezien. Een nieuwe aansprakelijkheid van begunstigden waaraan terugwerkende kracht is verleend tot 18 september 2018. De achtergrond van de aansprakelijkheidsbepaling is dat de Belastingdienst in de praktijk tegen ingewikkelde verhaalsconstructies zou aanlopen waardoor de Belastingdienst beperkt wordt in zijn verhaalsmogelijkheden. Vermogende particulieren zouden hun vermogen via lichamen wegschenken aan in Nederland wonende familieleden. Daarnaast zouden rechtspersonen worden leeggehaald en geliquideerd met het oogmerk de Belastingdienst te benadelen. Op grond van de nieuwe bepaling kan de begunstigde van dergelijk onverplicht verkregen vermogen aansprakelijk worden gesteld voor de belastingschulden van de belastingschuldige. In dat verband is op 20 juni 2019 de maatregel die bepaalt bij welke combinatie van omstandigheden in ieder geval aannemelijk wordt geacht dat sprake is van een verhaalsconstructie met terugwerkende kracht in werking getreden (Besluit van 6 juni 2019, Stb 2018, 514).  

Nieuwe maatregelen voorgesteld tegen witwassen en belastingontduiking.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op Op 1 juli jl. hebben Minister Hoekstra van Financiën en minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid het ‘Plan van Aanpak Witwassen’ aan de Tweede Kamer toegezonden. In dit plan van aanpak worden verschillende vergaande maatregelen voorgesteld om witwassen en belastingontduiking nog beter aan te pakken. In het oog springende maatregelen zijn het verbod op betalingen met contant geld vanaf € 3.000, de afschaffing van het € 500 euro biljet en het weren van ongebruikelijke klanten door banken (Plan van Aanpak Witwassen 1 juli 2019, nr. 2019-0000101776). 

Invorderingsrecht

 

 

Wetsvoorstel herziening beslag en executierecht bekend gemaakt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het doel van het wetsvoorstel is om te voorkomen dat een schuldenaar door het beslag niet meer in zijn bestaansminimum kan voorzien, om het beslag- en executierecht efficiënter en eenvoudiger te maken en om te voorkomen dat een beslag puur als pressiemiddel wordt gebruikt. Hiertoe wordt onder meer een beslagvrij bedrag bij beslag op een bankrekening ingevoerd. Ook wordt geregeld dat er geen beslag mag worden gelegd op roerende zaken, zoals inboedel of een auto, als redelijkerwijs voorzienbaar is dat de kosten de baten overstijgen. De voorgestelde regels kunnen ook van belang zijn in fiscale invorderingszaken (Wetsvoorstel van 14 juni 2019, 35 225).    

Fiscaal strafrecht

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt dat het bestuursorgaan die wilsafhankelijke informatie afdwingt een restrictie dient te verlenen dat die informatie niet voor strafrechtelijke doeleinden wordt gebruikt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In overeenstemming met deze uitspraak zouden informatieverzoeken van de Belastingdienst in voorkomend geval ook een dergelijke restrictie moeten bevatten voorzover wilsafhankelijke informatie wordt gevorderd. De Belastingkamer van de Hoge Raad heeft eerder echter geoordeeld dat een restrictie bij een informatiebeschikking niet door de inspecteur hoeft te worden verstrekt. Met betrekking tot de vraag wanneer informatie wilsafhankelijk is en dus niet voor strafrechtelijke doeleinden mag worden gebruikt sluit het College wel aan bij het oordeel van de Hoge Raad dat aan de aard en mate van dwang geen (doorslaggevende) betekenis toekomt. Het gaat erom of de informatie in ‘fysieke zin’ onafhankelijk van de wil van de belanghebbende bestaat (College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 mei 2019, ECLI:NL:CBB:2019:177). 

Fiscaal procesrecht

Verlenging van de navorderingstermijn wegens verleend uitstel voor het doen van aangifte is niet aan de orde als de aangifte reeds is gedaan vóórdat het verzoek tot uitstel voor het indienen van de aangifte is ingediend.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een andersluidende opvatting is volgens Hof Amsterdam in strijd met doel en strekking van de wet (Hof Amsterdam 29 mei 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:583). 

Omkering en verzwaring van de bewijslast kan doorwerken naar de vraag of de inspecteur met toepassing van de verlengde navorderingstermijn voor buitenlands inkomen mag navorderen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoge Raad heeft eerder geoordeeld dat de sanctie omkering en verzwaring van de bewijslast vanwege het feit dat de vereiste aangifte niet is gedaan geen betrekking heeft op de vraag of de inspecteur bevoegd is na te vorderen. Die bewijslast rust derhalve op de inspecteur. Volgens de Rechtbank Zeeland-West-Brabant geldt dit uitgangspunt echter niet wanneer de belastingplichtige informatie onthoudt die de inspecteur in staat stelt te bepalen of hij bevoegd is tot navordering met toepassing van de verlengde navorderingstermijn (Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 mei 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:2189). 

Opgelegde verzuimboetes kunnen in de weg staan aan strafvervolging wegens belastingfraude. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het una via-beginsel is gecodificeerd in artikel 5:44 Awb en artikel 243, lid 2, Sv en strekt ter voorkoming van de cumulatie van bestuursrechtelijke en strafrechtelijke sanctionering met betrekking tot hetzelfde feit. Artikel 5:44 Awb houdt kort gezegd in dat het bestuursorgaan geen bestuurlijke boete oplegt indien tegen de overtreder wegens dezelfde gedraging een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting is begonnen, dan wel een strafbeschikking is uitgevaardigd. Artikel 243, lid 2, Sv houdt in dat indien aan de verdachte een bestuurlijke boete is opgelegd, of een mededeling is verzonden dat het voornemen bestaat hem een bestuurlijke boete op te leggen, dit gelijk staat aan een kennisgeving van niet verdere vervolging. Tegen die achtergrond oordeelt Hof Den Bosch dat de oplegging van verzuimboetes voor het niet doen van een aangifte omzetbelasting en voor het niet betalen van omzetbelasting in de weg kan staan aan strafrechtelijke vervolging voor het opzettelijk niet doen van aangifte omzetbelasting over hetzelfde tijdvak als waarop de verzuimboetes betrekking hebben (Hof Den Bosch 4 juni 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:2120). 

KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Nieuwsbrief Fiscale Advocatuur
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Nieuwsbrief Fiscale Advocatuur
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Nieuwsbrief Fiscale Advocatuur
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Contact
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Contact
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Contact