KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Nieuwsbrief Fiscale Advocatuur april 2022

Nieuwsbrief Fiscale Advocatuur | april 2022

Nummer 44: 1 februari 2022 tot en met 11 april 2022

Wetgeving en beleid
 
Aantal boekenonderzoeken door de Belastingdienst in 2021 verder afgenomen.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
In 2016 werden er bij mkb-bedrijven nog 27.013 boekenonderzoeken ingesteld. In 2021 is dat aantal gedaald naar 6.597. Ook het aantal opgelegde vergrijpboetes is in de periode 2019-2021 sterk gedaald van 10.025 naar 5.297. De sterke afname van toezicht is het gevolg van een gebrek aan capaciteit, het steeds complexer worden van aangiftebeoordelingen en de coronacrisis (Antwoorden staatssecretaris Van Rij 20 maart 2022).


Fiscaal procesrecht

Ook als een informatiebeschikking komt te vervallen wordt de aanslagtermijn verlengd. 










Indien een informatiebeschikking door de inspecteur wordt vastgesteld, wordt de aanslagtermijn verlengd totdat de informatiebeschikking onherroepelijk komt vast te staan of wordt vernietigd. Deze termijnverlenging vangt aan met de bekendmaking van de informatiebeschikking. De informatiebeschikking komt echter te vervallen als de inspecteur de onderliggende aanslag oplegt voordat de informatiebeschikking is vernietigd of onherroepelijk vaststaat. De Hoge Raad oordeelt dat ook in zo’n geval de aanslagtermijn wordt verlengd tot het moment waarop de informatiebeschikking is komen te vervallen (HR 28 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:84).


Volgens A-G IJzerman kan de inspecteur geen boete opleggen wegens het niet doen van een suppletieaangifte omzetbelasting, als de belastingplichtige in zijn Vpb-aangiften de nog verschuldigde omzetbelasting heeft vermeld.










Hoewel de wetgever uitdrukkelijk heeft voorgeschreven dat de suppletieaangifte omzetbelasting uitsluitend digitaal kan plaatsvinden via specifiek daartoe aangewezen formulieren, meent de A-G desondanks dat in dit verband sprake is van een pleitbaar standpunt als de belastingplichtige de inspecteur via zijn aangifte vennootschapsbelasting bekend heeft gemaakt met nog verschuldigde omzetbelasting en de inspecteur die informatie ook als zodanig heeft opgevat. In dat kader overweegt de A-G dat een rechter in het kader van een opgelegde boete ambtshalve kan vaststellen of er mogelijk sprake is van een pleitbaar standpunt (Conclusie A-G IJzerman 18 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:66).


Ook op naam van een niet meer bestaande rechtspersoon kan beroep worden ingesteld.










Anders dan door feitenrechters nog wel eens wordt aangenomen, is heropening van de vereffening geen noodzakelijk vereiste voor een ontvankelijk bezwaar of beroep van een niet meer bestaande rechtspersoon tegen een aan hem opgelegde aanslag. De voormalige vereffenaar, degene die een liquidatie-uitkering heeft ontvangen of een door hen gemachtigde adviseur, kan namens de niet meer bestaande rechtspersoon bezwaar aantekenen nadat het aanslagbiljet door de inspecteur is vastgesteld, óók als de vereffening van die rechtspersoon op dat moment niet is heropend. Niet-ontvankelijkheid van een dergelijk bezwaar dient volgens de Hoge Raad op grond van artikel 6:10, lid 1, sub a, Awb achterwege te blijven. Tegen die achtergrond kan ook een niet meer bestaande rechtspersoon volgens A-G IJzerman beroep instellen (Conclusie A-G IJzerman 18 maart 2022, ECLI:NL:PHR:2022:195).

KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Belastingbijen verdwijnen ook al
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Het houdt niet op, niet van zelf
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Duidelijker kunnen we het niet maken, Kafkaësker wel
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | I can see dead people

Invorderingsrecht

A-G Snijders concludeert dat als de aanslagtermijn is verstreken, de Belastingdienst geen gebruik kan maken van de civiele onrechtmatige daadvordering om de hiermee samenhangende belastingschade vergoed te krijgen.











Hof Amsterdam oordeelde in het Tradman-arrest dat in het geval de aanslagtermijn is verstreken, het privaatrecht de Staat en de ontvanger niet de mogelijkheid biedt het misgelopen bedrag als schadevergoeding te vorderen van een derde wegens een door die derde gepleegde onrechtmatige daad. Dit zou namelijk in strijd zijn met het legaliteitsbeginsel. Het legaliteitsbeginsel van artikel 104 grondwet bepaalt dat belastingheffing uitsluitend kan plaats vinden uit hoofde van de formele belastingwetgeving. Belastingheffing is derhalve voorbehouden aan de inspecteur die bij wege van aanslag de materieel verschuldigde belasting formaliseert. Het civiele recht biedt de inspecteur niet die mogelijkheid. Verhaal van belastingschulden door de ontvanger kan dan ook slechts plaatsvinden nadat aanslagen zijn opgelegd. Van verkorting van diens verhaalsrecht door derden kan aldus alleen sprake zijn als er aanslagen zijn opgelegd of nog kunnen worden opgelegd. Advocaat-generaal Snijders concludeert dat dit oordeel van het Hof juist is. Gelet op het, ook jegens derden, uitputtende karakter van de regeling van de AWR kan in dit geval geen sprake zijn van bijzondere omstandigheden die een uitzondering op die regeling zouden kunnen rechtvaardigen. De wetgever heeft er immers welbewust voor gekozen een dergelijke vorderingsmogelijkheid in de AWR achterwege te laten (Conclusie G. Snijders 4 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:102).


Fiscaal strafrecht

Het oordeel dat de belastingplichtige ‘had moeten inzien’ dat hij met zijn administratie niet het nultarief mocht toepassen, is onvoldoende voor de conclusie dat de belastingplichtige met opzet heeft gehandeld.










Van (voorwaardelijke) opzet is sprake als de belastingplichtige wetenschap had van de aanmerkelijke kans dat hij te weinig belasting zou voldoen én dat hij deze kans bewust heeft aanvaard. De omstandigheid dat de belastingplichtige had moeten weten dat zijn voldoening op aangifte onjuist was, brengt dus niet mee dat hem de voor opzet vereiste bewustheid met betrekking tot die onjuistheid kan worden verweten (HR 4 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:124). 


Een opgelegde verzuimboete wegens het niet (tijdig) doen van aangifte of het niet (volledig) betalen op aangifte sluit een strafrechtelijke vervolging niet uit als nadien blijkt dat de belastingplichtige in verband met die aangifte opzet kan worden verweten.










De Hoge Raad overweegt dat er een aanzienlijk verschil bestaat tussen de aard en ernst van enerzijds de feiten die aanleiding kunnen geven tot de oplegging van verzuimboetes en anderzijds de op artikel 69 AWR toegesneden feiten. Gelet daarop kunnen zulke feiten volgens de Hoge Raad in beginsel niet worden aangemerkt als hetzelfde feit voor toepassing van het una via-beginsel (HR 15 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:364). 

 

KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Hè hè
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Scherp hoor
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Pak ze waar je ze pakken kan
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Nieuwsbrief Fiscale Advocatuur oktober 2021