De belastingadviseur als onbezoldigd controleambtenaar?

22 Feb 2015

door Arthur Kan, fiscaal advocaat

 

Fiscaal advocaten zijn over het algemeen zeer bedreven in het bang maken van belastingadviseurs. Allerhande boete- en strafrechtelijke risico’s liggen bij fiscale advieswerkzaamheden op de loer en in tijden waarin het kabinet fraudebestrijding hoog op de politieke agenda heeft staan, nemen die risico’s alleen maar toe, zo luidt het cliché. Die bangmakerij is echter niet geheel zonder reden. In de honger van de Belastingdienst naar controle-informatie wordt een steeds grotere verantwoordelijkheid neergelegd bij de belastingadviseur. Het maatschappelijke belang van de geheimhoudingsverplichting lijkt daarbij naar de achtergrond te verdwijnen. 

 
Deze ontwikkeling heeft, onder meer, te maken met de omstandigheid dat een belastingplichtige sinds kort niet langer slechts op verzoek van de inspecteur fiscaal relevante informatie dient aan te leveren. In een toenemend aantal gevallen is de belastingplichtige gehouden, op straffe van aanzienlijke boetes, om eigener beweging mededeling te doen van achteraf geconstateerde onjuistheden of onvolledigheden. De fiscale zorgplicht van de belastingadviseur reikt daardoor verder dan het (laten) indienen van de wettelijk vereiste aangifte van zijn cliënte; hij zal in voorkomend geval moeten ‘monitoren’ dat de in het verleden ingediende aangifte overeenstemt met de materiële belastingschuld en erop aansturen dat zijn cliënte een onjuiste aangifte tijdig herstelt.
 
Maar wat nu als de belastingadviseur er achter komt dat zijn cliënte een onjuiste btw-aangifte heeft ingediend maar desalniettemin weigert deze te herstellen? In een dergelijk geval doet de belastingadviseur er in de regel goed aan zijn werkzaamheden onmiddellijk stop te zetten en een melding te overwegen aan de Financial Intelligence Unit op grond van de Wwft. Een (voorgenomen) transactie waarbij de belastingadviseur aanleiding heeft om te veronderstellen dat deze verband kan houden met witwassen kwalificeert immers reeds als een ongebruikelijke transactie waarvoor de meldplicht geldt.    
 
Voor de accountant reikt de meldingsplicht zo mogelijk nog verder. Volgens de Accountantskamer, de tuchtrechtelijke instantie die klachten tegen accountants behandelt, heeft een accountant bij wetenschap van een omvangrijke fiscale fraude zelfs de aanvullende verplichting dit aan de Belastingdienst te melden. Op dit standpunt kan het nodige worden afgedongen. De Accountantskamer creëert namelijk een buitenwettelijke meldplicht die het belangrijke beginsel van geheimhouding opzij zet aan de hand van een vaag criterium als ‘wetenschap van een omvangrijke fraude’.
 
Wat daar verder ook van zij, de actieve meldplicht illustreert dat fiscale controlebevoegdheden niet langer eenzijdig door de Belastingdienst worden uitgeoefend. Van de belastingplichtige en zijn belastingadviseur wordt door de huidige maatschappelijke opvattingen over fraude ook het nodige verwacht. Anders gezegd; fiscale controle is in toenemende mate een gedeelde verantwoordelijkheid van de belastingplichtige en de Belastingdienst. Voor de belastingadviseur is gedegen kennis van fiscale controlebevoegdheden daarom steeds belangrijker, niet in de laatste plaats om tuchtrechtelijke en/of strafrechtelijke aansprakelijkheid te voorkomen.  Wanneer en onder welke voorwaarden is de belastingplichtige verplicht om achteraf geconstateerde onjuistheden actief aan de Belastingdienst te melden? Hoe verhoudt de actieve meldplicht zich met de regeling inzake de vrijwillige verbetering?
 
Deze vragen, alsmede de laatste stand van zaken rondom de informatiebeschikking en het nemo-teneturbeginsel, komen uitgebreid en op praktische wijze aan bod tijdens de cursus fiscale controlebevoegdheden die ons kantoor op 23 april 2015 zal verzorgen voor de Licent Academy. 
 

kan@kanpiek.nl

06 24 24 27 83


 
 

 

 

 

 

Please reload