De fiscaal advocaten van KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam houden u op de hoogte van de laatste ontwikkelingen binnen fiscale wetgeving en jurisprudentie

Nieuwsbrief Fiscale Advocatuur | februari 2021

Nummer 38: 1 december 2020 tot en met 31 januari 2021

Wetgeving en beleid

 

 

Verhoging proceskostenvergoeding op grond van gewijzigd Besluit proceskosten bestuursrecht. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het nieuwe besluit strekt tot een verhoging van de forfaitaire proceskostenvergoeding die de burger krijgt als hij met succes een overheidsbesluit aanvecht bij de bestuursrechter. Deze wijziging beoogt bestuursorganen, waaronder de Belastingdienst, te prikkelen om besluiten nog beter voor te bereiden, zodat onnodige procedures worden voorkomen. In het besluit wordt de puntwaarde voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de fase van beroep en hoger beroep met 40% verhoogd van € 534 naar € 748 (Besluit van 8 december 2020, Staatsblad 2020, 524).

De periode dat ondernemers vanwege de Corona-crisis bijzonder uitstel van betaling kunnen aanvragen is verlengd tot 1 juli 2021.

 

 

 

 

 

 

Op 1 oktober 2021 wordt de ondernemer geacht een begin te maken met het aflossen van de opgebouwde belastingschuld via een betalingsregeling van 36 maanden (Bericht Rijksoverheid 21 januari 2021).

Nieuwe richtsnoeren Wwft.

 

De NOB, NBA en RB hebben de Richtsnoeren Wwft voor accountants en belastingadviseurs herzien. De Wwft is recent een aantal keer gewijzigd. De herziene richtsnoeren zijn naar aanleiding hiervan geactualiseerd en bieden een mooi naslagwerk voor de accountant en belastingadviseur bij de interpretatie van de Wwft (Bericht NOB 18 december 2020).

Fiscaal procesrecht

De aftrekuitsluiting van criminele kosten is geen punitieve maatregel in de zin van artikel 6 EVRM.

De Wet op de inkomstenbelasting bepaalt dat kosten die verband houden met een misdrijf waarvoor de belastingplichtige onherroepelijk door de strafrechter is veroordeeld, van aftrek zijn uitgesloten. Hiermee heeft de wetgever beoogd om het begaan van misdrijven niet fiscaal te faciliteren. Tegen die achtergrond concludeert de Hoge Raad dat de maatregel niet als criminal charge kan worden aangemerkt. Wel acht de Hoge Raad het mogelijk dat de aftrekuitsluiting onder omstandigheden een individuele en buitensporige last tot gevolg heeft en derhalve in strijd kan komen met het recht op eigendom van artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM (HR 18 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2048).

Als de aanslagtermijn is verstreken, biedt het privaatrecht aan de Staat en de Ontvanger niet de mogelijkheid het misgelopen bedrag als schadevergoeding te vorderen van een derde wegens een door die derde gepleegde onrechtmatige daad.

Dit uitgangspunt is volgens Hof Amsterdam niet anders als de derde volgens de Belastingdienst onrechtmatig het opleggen van een aanslag heeft verhinderd. Een andersluidende opvatting is in strijd met het legaliteitsbeginsel (Hof Amsterdam 15 januari 2021, ECLI:NL:GHAMS:2020:3461).

KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | I love the smell of burning money in the morning
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Uitstel of afstel?
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Inkomen wel, kosten niet?
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Het houdt wel op, maar niet vanzelf

 

Bij de vraag of sprake is van een vrijwillige verbetering is niet van belang of de belastingplichtige subjectief gezien bang was dat de Belastingdienst hem binnen afzienbare tijd op het spoor zou komen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een rechtsgeldig beroep op de inkeerregeling kan worden gedaan als de belastingplichtige alsnog juiste en volledige informatie verstrekt voordat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur met de onjuistheid bekend zou worden. De Hoge Raad heeft onlangs bevestigd dat het vermoeden dat de inspecteur met de onjuiste aangiften bekend zou worden objectief moet worden getoetst. Niet van belang is derhalve of een subjectief vermoeden aan publicaties in de media kan worden ontleend, bijvoorbeeld het nieuws dat de Belastingdienst van buitenlandse banken informatie verlangd over Nederlandse rekeninghouders (HR 22 januari 2021, ECLI:NL:HR:2021:103.

Invorderingsrecht

De vaste commissie voor Financiën onderzoekt uitblijven evaluatie over verval van schorsende werking verzet.

 

 

 

 

 

 

In artikel 17 Invorderingswet 1990 was voorheen bepaald dat verzet de tenuitvoerlegging van het dwangbevel schorst voor zover deze door het verzet wordt bestreden. Per 1 januari 2018 is deze wettelijke schorsing komen te vervallen, omdat het verzet in een zeer gering aantal gevallen gegrond zou worden verklaard en extra uitvoeringskosten voor de Belastingdienst met zich bracht. Thans is in de Leidraad Invordering opgenomen dat bij verzet de ontvanger de (verdere) tenuitvoerlegging van het dwangbevel aanhoudt, tenzij de gronden van het verzet voor de ontvanger geen aanleiding vormen om de tenuitvoerlegging aan te houden en de belangen van de staat worden geschaad door uitstel. Bij schrapping van de wettelijke schorsing is bepaald dat er binnen drie jaar een evaluatie dient plaats te vinden. De Vaste commissie voor Financiën lijkt hier nu gehoor aan te geven. Het is te hopen dat de evaluatie laat zien dat het verzet in de praktijk heeft bewezen een noodzakelijk middel te zijn om de rechten van de belastingschuldige te beschermen (Bericht Rijksoverheid 10 december 2020).

Fiscaal strafrecht

Volgens A-G Ettema kan een fiscale boete ook aan een fiscale eenheid btw worden opgelegd.

 

In het strafrecht geldt dat de fiscale eenheid niet als zodanig, maar haar onderdelen in gezamenlijkheid als normadressaat moeten worden beschouwd. Op grond van die opvatting kan derhalve niet de fiscale eenheid als dader van een strafbaar feit worden aangemerkt, maar in gezamenlijkheid de rechtspersonen die de fiscale eenheid vormen. De A-G concludeert echter dat de fiscale boetebepalingen zich richten tot de belastingplichtige en dat de wetgever niet beoogd heeft om de fiscale eenheid boetevrij te laten zijn. Om die redenen meent zij dat er ook een bestuurlijke boete kan worden opgelegd aan een fiscale eenheid omzetbelasting (Conclusie A-G Ettema 27 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2020:1208).

EHRM oordeelt dat Nederland soms te streng is bij het beoordelen van een getuigenverzoek.

De Hoge Raad heeft eerder geoordeeld dat de verdediging bij een verzoek om een getuigenverhoor naar behoren dient te motiveren waarom het horen van die getuige van belang is voor enige in de strafzaak te nemen beslissing. Het EHRM heeft nu beslist dat een dergelijke motiveringsplicht in strijd kan zijn met artikel 6 EVRM. In dat kader is interessant dat het EHRM overweegt dat bij het beoordelen van een getuigenverzoek niet mag meespelen of de verdachte een verklaring heeft afgelegd of een beroep heeft gedaan op zijn zwijgrecht. Daarnaast overweegt het EHRM ten aanzien van een getuige die een belastende verklaring heeft afgelegd dat de verdediging in de gelegenheid dient te worden gesteld die getuige op enig moment in het strafproces te horen. Dit verdedigingsbelang behoeft volgens het EHRM geen motivering als de belastende verklaring voor het bewijs wordt gebruikt (EHRM 19 januari 2021, zaak Keskin, nr. 2205/16).

KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Objectief biedt perspectief
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Wij van WC-eend toch geëvalueerd?
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | I am the law!
KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam | Hoge Raad op de vingers getikt
De fiscaal advocaten van KanPiek Fiscale Advocatuur Amsterdam houden u op de hoogte van de laatste ontwikkelingen binnen fiscale wetgeving en jurisprudentie